Liften Standaard voor u op maat gemaakt
Schindler liften zijn gestandaardiseerd of worden op maat gemaakt voor een perfecte integratie in het interieur en de software van uw gebouw. Dankzij deze flexibiliteit zijn onze liften geschikt voor alle soorten gebouwen en schachtafmetingen. Voor iedere mate van gebruik hebben wij een geschikte lift.
Personenliften
Een personenlift is meer dan een transportmiddel. Het is een essentieel onderdeel van uw gebouw dat comfort, veiligheid en efficiëntie moet bieden. Onze personenliften zijn ontworpen om uw gebruikers deze ervaring te bieden, dankzij onze geavanceerde technieken en digitale connectiviteit. Daarnaast zijn ze uiterst energiezuinig, wat bijdraagt aan de duurzaamheid van uw gebouw en uw operationele kosten verlaagt.
De personenliften van Schindler kunnen voorzien worden van PORT technologie. Niet alleen een bestemmingsbesturingssysteem dat de efficiëntie van uw liftgroep sterk verhoogt, ook kan PORT technologie de toegangscontrole verzorgen en gebruikers een unieke, gepersonaliseerde reiservaring door uw gebouw geven.
Personenliften kunnen in allerlei omgevingen worden toegepast, zoals woningen en kantoren, maar ook hotels, scholen, bioscopen, musea, noem maar op. Afhankelijk van de specifieke eisen en de hoogte van uw gebouw, kunnen wij de volgende liften als personenliften uitvoeren: Schindler 3000, Schindler 5000, Schindler 6000 en Schindler 7000.
Bijzondere uitvoeringen van personenliften zijn rolstoeltoegankelijke liften en brancardliften, waarvoor minimale afmetingen gelden. Alle genoemde types kunnen als rolstoeltoegankelijke lift en als brancardlift worden uitgevoerd. Ook kunnen deze liften volledig voldoen aan de norm EN 81-70, voor verbeterde toegankelijkheid.
Brandweerliften
In geval van brand kan de lift, met name in hogere gebouwen, een essentiële rol spelen. Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving definieert dat in gebouwen met een verblijfsruimte op meer dan 20 meter boven de toegang van het gebouw een brandweerlift moet worden toegepast. De betreffende norm hiervoor is EN 81-72. Deze brandweerlift is bedoeld voor het veilig vervoer van brandweerpersoneel en materieel naar hogere verdiepingen bij brand. Naast functionele eisen met betrekking tot de maatvoering en inrichting is een brandweerlift volgens EN 81-72 ook voorzien van talloze voorzieningen zoals speciale besturingsfuncties, tegen bluswater beschermde contacten en een vluchtmogelijkheid vanuit de cabine.
De Schindler 5000, Schindler 6000 en Schindler 7000 kunnen standaard worden uitgevoerd als brandweerlift.
Vandaalbestendige liften
In sommige omgevingen kunnen liften het zwaar hebben door ruw gebruik en vandalisme. Dit kan leiden tot storingen en reparaties van beschadigde componenten. Voor deze omgevingen kan Schindler liften leveren die beter bestand zijn tegen vandalisme.
De norm EN 81-71 beschrijft hoe liften uitgevoerd dienen te worden om weerstand te bieden tegen vandalisme. Zo dienen de cabine, het interieur, de bediening en de deuren aan hogere eisen te voldoen met betrekking tot bijvoorbeeld deformatie, bekrassing en vlammen.
Conformiteit met de norm EN 81-71 (categorie 1) is standaard mogelijk met de Schindler 5000, Schindler 6000 en Schindler 7000.
Serviceliften
Naast het vervoer van personen, worden liften vaak ook ingezet om diverse spullen en goederen te verplaatsen. Het is hierbij van belang om te bekijken hoe de goederen in de lift geladen worden en hoe hoog de belasting op de drempel van de cabine dan wordt. Zo lang deze belasting minder is dan 40% van het hefvermogen van de lift kan volstaan worden met een personenlift. Voor hogere drempelbelastingen kan een servicelift worden toegepast.
De Schindler 6000 is als servicelift uitvoerbaar en is hiermee uw ideale partner voor het verticaal transport van zowel personen als goederen in uw gebouw.
Goederenliften
Magazijnen, industrie, bevoorrading van winkels: Wanneer het vervoer van goederen (met personenbegeleiding) de primaire functie van uw lift is, is een robuuste uitvoering belangrijker dan een hoogwaardig interieurdesign.
Ontworpen voor en daarom bestand tegen zwaar goederenvervoer, is de Schindler 2600 uw betrouwbare vrachtlift. Met de modulaire constructie is een grote range aan configuraties mogelijk. Om botsingen te voorkomen kan de deuropening gelijk worden gemaakt aan de cabinebreedte en -hoogte. De cabinedrempel kan belast worden met 80% van het hefvermogen.
Beddenliften
In situaties waarin patiënten of cliënten per bed vervoerd moeten worden binnen bijvoorbeeld ziekenhuizen, ouderen- en specialistische zorg, dienen de aanwezige liften afgestemd te zijn op deze specifieke vereiste. Niet alleen is de maatvoering van deuren en cabine van belang. Voor de patiënt of cliënt dient de omgeving comfortabel en rustig te zijn, bijvoorbeeld door het toepassen van indirecte verlichting.
Schindler heeft veel kennis van transportbewegingen binnen zorgomgevingen en kan u begeleiden met de keuze voor de juiste beddenlift. Afhankelijk van frequentie van het transport, begeleiding, type bedden en bijbehorende apparatuur zijn (semi-)beddenliften uit de Schindler 5000, Schindler 6000 of Schindler 7000 mogelijk.
Modernisering van bestaande liften
Heeft u een bestaande lift van 20 jaar of ouder? Bedenk dan dat de operationele en financiële risico’s sterk toenemen. Ongeplande stilstand is niet alleen vervelend voor de gebruikers, ook zijn de reparatiekosten vaak hoog én worden deze gemaakt op een installatie die uiteindelijk alsnog gemoderniseerd moet worden. Daarnaast voldoen oude liften aan oudere, minder strenge eisen en zijn dan ook minder veilig dan nieuwe of gemoderniseerde liften.
Schindler biedt met haar ReStore en ReNew programma mogelijkheden om uw bestaande lift op te waarderen naar de hedendaagse maatstaven op het gebied van comfort, veiligheid en bedrijfszekerheid.
Alternatief is het Schindler RePlace programma, waarbij een vervangende lift in de bestaande liftschacht wordt geplaatst. Het voordeel hiervan is dat vaak een ruimere cabine en/of een hogere snelheid kan worden toegepast. De Schindler 3000 Plus, Schindler 5000 Plus en Schindler 6000 Plus zijn door hun hoge prestaties in combinatie met hun flexibele configuratie uitermate geschikt voor toepassingen in bestaande gebouwen.
FAQ
Volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bepalen met name gebruiksfunctie, de hoogte van de verdiepingen en de gebruiksoppervlakte of een lift verplicht is. De belangrijkste regels in één oogopslag:
Woningbouw: Een personenlift is verplicht als de toegang van een woning hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau (dat is de hoogte van het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het gebouw). Praktisch gezien gaat het meestal om gebouwen vanaf vier verdiepingen. Indien de gebruiksoppervlakte meer is dan 3.500 m2 en deze is hoger gelegen dan 1,5 m boven het meetniveau, dan is eveneens een lift vereist.
Zodra een lift verplicht is, moet deze volgens de regels voor een 'toegankelijkheidssector' voor elke woning binnen een loopafstand van 90 meter bereikbaar zijn.
Ook bij lagere gebouwen (waarbij de toegang hoger dan 3 m boven het meetniveau ligt) eist het Bbl op elke bouwlaag een zogenaamde opstelplaats voor een lift. Dit betekent dat er bouwkundig ruimte moet zijn (ten minste 1,05 × 2,05 meter) om in de toekomst alsnog een lift te kunnen plaatsen.
Utiliteitsbouw: Voor publieke en commerciële gebouwen geldt dat alle verdiepingen bereikbaar moeten zijn voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Hoewel in sommige gevallen een hellingbaan is toegestaan, is bij meerdere bouwlagen de toepassing van een personenlift in de praktijk de enige manier om aan de nieuwbouweisen van het Bbl te voldoen.
Wanneer een lift wettelijk vereist is, volstaan de maximale snelheid, bediening en kooiafmetingen van een standaard platformlift niet om te voldoen aan de specifieke eisen die het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt aan een lift. Platformliften vallen onder de Europese Machinerichtlijn, terwijl liften onder de Liftrichtlijn 2014/33/EU vallen.
Een personenlift moet in Europa en Nederland voldoen aan de EN 81-normenreeks. Deze reeks harmoniseert de veiligheidsregels voor de constructie en installatie van liften. Sinds 2017 zijn de ontwerpeisen volledig vastgelegd in de normen EN 81-20 en EN 81-50. Onderstaand een overzicht van aanvullende normen, welke van toepassing kunnen zijn.
EN 81-70: Beschrijft de minimale eisen en richtlijnen voor de toegankelijkheid en het veilige, zelfstandige gebruik van personenliften voor iedereen, inclusief mensen met een fysieke of visuele beperking.
EN 81-71: Specificeert de aanvullende veiligheidseisen en beschermingsmaatregelen voor liften die blootstaan aan vandalisme, waardoor een veilige werking in openbare of risicovolle omgevingen wordt gewaarborgd
EN 81-72: Is de Europese veiligheidsnorm die de specifieke eisen voor brandweerliften vastlegt. De norm is een aanvulling op de reguliere liftnorm (EN 81-20) en zorgt ervoor dat de lift tijdens en na het uitbreken van een brand veilig en operationeel blijft voor de brandweer.
EN 81-73: Beschrijft de veiligheidsregels voor het gedrag van personen- en goederenliften bij brand in een gebouw. De norm treedt in werking zodra er een brandmeldsignaal (oproepsignaal) naar het besturingssysteem van de lift wordt gestuurd.
EN 81-76: Specificeert de aanvullende veiligheidseisen voor het gebruik van liften bij de evacuatie van personen met een beperking. De norm vult de reguliere liftrichtlijnen (EN 81-20) aan en zorgt ervoor dat minder mobiele personen veilig en zelfstandiger een gebouw kunnen verlaten tijdens een noodsituatie.
De huidige (Europese) EN 81-20 en 81-50 worden vervangen door de (wereldwijde) ISO 8100-1 en ISO 8100-2, waarbij een overgangsperiode van toepassing zal zijn, waarin beide normen gehanteerd mogen worden. Na de overgangsperiode zullen de EN 81-20 en 81-50 worden ingetrokken.
Volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) hangt de minimale afmeting van een liftkooi bij nieuwbouw af van de functie en de grootte van het gebouw. De wet schrijft twee standaard minimale vloeroppervlakten voor de liftkooi voor om de rolstoeltoegankelijkheid te garanderen.
Standaard utiliteitsbouw en kleine woongebouwen: Minimale afmeting: 1,05 meter breed × 1,35 meter diep (rolstoeltoegankelijke lift). Dit is de algemene basisregel voor liften die liggen in een zogenaamde toegankelijkheidssector. Dit geldt voor kantoorgebouwen, winkels en kleinere woongebouwen met maximaal 6 woningen.
Grotere woongebouwen: Minimale afmeting: 1,05 meter breed × 2,05 meter diep (brancardlift). Deze grotere maat is wettelijk verplicht voor een lift in een woongebouw met meer dan 6 woningen.
Een brandweerlift, uitgevoerd in overeenstemming met de norm EN 81-72, is verplicht bij nieuwbouw wanneer de vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 20 meter boven het meetniveau. Het meetniveau is de hoogte van het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het gebouw. Is deze afstand meer dan 70 meter, dan zijn twee brandweerliften vereist. De Schindler 5000, Schindler 6000 en Schindler 7000 kunnen standaard als brandweerlift uitgevoerd worden.
De afmetingen van een liftschacht worden bepaald door de minimaal vereiste afmetingen van de liftcabine, de ruimte die technische componenten als de aandrijving innemen en het type en afmetingen van het deursysteem. Schindler Plan & Design
Liften dienen te voldoen aan de eisen van de Europese liftrichtlijn, deze schrijft voor dat voorbij de uiterste standen van de lift een schuilruimte aanwezig moet zijn voor personeel dat aan de lift werkt. De inwendige hoogte van de schachtkop (afstand van de bovenste verdiepingsvloer tot het plafond van de liftschacht) wordt dan ook bepaald door onder andere de cabinehoogte, de snelheid van de lift en de hoogte van de schuilruimte. Schindler Plan & Design
In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is vastgelegd dat de cabineafmetingen van een brancardlift minimaal 2,05 x 1,05 m dienen te bedragen. De minimale deurbreedte bedraagt 0,85 m. Zowel de Schindler 3000, Schindler 5000, Schindler 6000 als Schindler 7000 kunnen als brancardlift uitgevoerd worden.
De Schindler 3000 en Schindler 5000 worden volledig machinekamerloos uitgevoerd. Bij de Schindler 6000 kan gekozen worden voor een boven de schacht gelegen machinekamer of een machinekamerloze uitvoering. Voor de Schindler 7000 is altijd een machinekamer benodigd.
Om enerzijds lange wachttijden of anderzijds onnodige investeringen in liftcapaciteit te voorkomen, kan Schindler Plan & Design
Voor complexere en hoogbouw situaties kunnen onze adviseurs via een uitgebreide verkeersberekening het verticaal transport in uw gebouwontwerp simuleren. Hiervoor adviseren wij u contact met ons op te nemen.
De wettelijke eis in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is dat vóór de lifttoegang een horizontale, drempelvrije ruimte van 1,50 x 1,50 m beschikbaar is. Deze keerruimte voor rolstoelgebruikers dient vrij van obstakels en openslaande deuren (van bijvoorbeeld het trappenhuis of een meterkast) te zijn. Praktisch gezien is deze wettelijke ondergrens vaak niet voldoende, bijvoorbeeld bij het indraaien van een brancard. Er wordt dan ook geadviseerd om de diepte van de obstakelvrije ruimte minimaal gelijk te maken aan de diepte van de liftcabine.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) maakt voor de hoogte van lifttoegangen een uitzondering ten opzichte van overige deurhoogtes in nieuwbouw. Bij lifttoegangen gaat het om "een tussen de onderdelen van de bouwconstructie gemeten hoogte". Deze betreft 2,3 m voor woningbouw en 2,1 m voor utiliteitsbouw. De vrije doorgangshoogte van de liftdeur die in deze opening wordt geplaatst mag lager zijn, maar moet uiteraard wel voldoen aan de eisen uit de EN 81-20 of ISO 8100-1, welke een minimale hoogte van 2,0 m voorschrijven. In de praktijk zijn liftdeuren voor nieuwe gebouwen minimaal 2,1 m hoog.
Volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) moeten liftschachten permanent geventileerd worden door middel van een niet-afsluitbare voorziening.
Luchtverversing: Het minimale debiet voor het verversen van de lucht in de liftschacht bedraagt 3,2 dm³/s per m² vloeroppervlakte van de liftschacht. Deze capaciteit dient te zijn berekend volgens NEN 1087. Deze eis staat beschreven in artikel 4.125 lid 3 van het Bbl.
Toevoer van ventilatielucht: De aanvoer van verse lucht dient rechtstreeks van buiten te komen. Dit is specifiek zo vastgelegd in artikel 4.127 lid 4, om te voorkomen dat er bij een calamiteit (zoals een brand elders in het pand) rook, schadelijke gassen of vervuilde lucht via de verkeersruimten de liftschacht in wordt getrokken. De enige ruimte waar de aanvoerroute door mag lopen is een eventueel aanwezige liftmachinekamer, mits deze ruimte zelf direct in verbinding staat met de buitenlucht.
Afvoer van binnenlucht: In artikel 4.128 lid 2 stelt het Bbl dat de afvoer eveneens alleen direct op de buitenlucht plaats mag vinden, eventueel via een liftmachinekamer.
Gelijkwaardigheid: Om warmteverlies te beperken en te voldoen aan energieprestatie-eisen, kunnen intelligente, fail safe klepsystemen voor de afvoer van binnenlucht worden toegepast als gelijkwaardige oplossing, die bij stilstand, rook of spanningsuitval automatisch openen. Eveneens zou de toegevoerde lucht uit een centrale hal kunnen worden onttrokken. Dit kan echter uitsluitend op basis van gelijkwaardigheid . Er moet dan via een formele gelijkwaardigheidsberekening worden aangetoond dat de veiligheid van opgesloten personen (bijvoorbeeld door CO₂-sturing en automatische kleppen) te allen tijde gegarandeerd blijft.
Een (dompel)pomp in de liftput van een brandweerlift moet er primair voor zorgen dat binnenstromend bluswater het functioneren van de lift niet in gevaar brengt. Volgens de Europese norm NEN-EN 81-72 en Nederlandse richtlijnen moet deze installatie aan strikte bouwkundige en elektrotechnische eisen voldoen.
Voorkomen van waterstijging:
- Bufferhoogte: De pomp (of afvoer) moet voorkomen dat het waterniveau in de put stijgt tot boven het niveau van de volledig ingedrukte kooibuffer.
- IP-codering: Alle elektrische componenten van de liftinstallatie die zich lager dan 1 meter boven de putvloer bevinden, moeten minimaal een IPX7-beschermingsklasse hebben (waterdicht bij tijdelijke onderdompeling).
Elektrotechnische eisen en functiebehoud:
- Ononderbroken voeding: De voedingskabel van de pomp mag tijdens brandbestrijding onder geen beding worden onderbroken.
- Functiebehoud: De bekabeling naar de pomp moet worden aangelegd met minimaal 60 minuten functiebehoud (net als de brandweerlift zelf).
- Noodstroom: De pomp moet zijn aangesloten op de noodstroomvoorziening (bijvoorbeeld een preferente voeding of generator) van het gebouw.
Installatie en capaciteit:
- Capaciteit: De norm schrijft geen vast aantal liters per minuut voor. De pompcapaciteit moet projectspecifiek worden berekend op basis van de maximale hoeveelheid bluswater die de brandweer (of een aanwezige sprinklerinstallatie) in het gebouw kan inbrengen.
- Terugslagklep: De afvoerverbinding met het riool moet verplicht worden uitgerust met een terugslagklep om te voorkomen dat rioolwater bij overbelasting de liftput in stroomt.
- Plaatsing: Hoewel de vlotter/pompput zich in de liftput bevindt, is het raadzaam om de pomp- en besturingstechniek zelf buiten de liftschacht te plaatsen. Dit vereenvoudigt het periodieke onderhoud aanzienlijk.